
Veiligheid vertraagt. Veiligheid kost geld. Veiligheid zit innovatie soms zelfs in de weg. Toch? De eerste dag van Safety&Health@Work liet vooral het tegenovergestelde zien. Wie wil groeien, heeft veiligheid nodig. Om mensen te behouden, om te kunnen blijven produceren en uiteindelijk gewoon om bestaansrecht te houden. Van de cockpit tot de bouwplaats en van Defensie tot Rotterdam-Rijnmond: veiligheid blijkt steeds vaker een kwestie van mensen meenemen, fouten durven bespreken en vooral samenwerken.
Piloot Rudy Pont maakt het meteen concreet. Een bedrijf dat zijn veiligheid niet op orde heeft, kan mooie groeiplannen hebben, maar komt daar uiteindelijk niet aan toe. "Veiligheid is een voorwaarde om een bedrijf te laten groeien. Sterker nog: het is een voorwaarde voor al je operaties.” Wie structureel incidenten veroorzaakt, verliest vroeg of laat zijn 'license to operate’, stelt hij. En daarmee is veiligheid ineens geen kostenpost meer, maar bedrijfseconomie.
Pont weet waarover hij praat. Als piloot werkt hij in een sector waarin mensen letterlijk hun leven uit handen geven zodra de cockpitdeur dichtgaat. "Ik vergelijk het weleens met een chirurg. Daar vertrouw je er ook op dat iemand is opgeleid, weet wat hij doet en veilig werkt.” Juist de luchtvaart is interessant omdat fouten daar niet alleen worden geregistreerd, maar vooral worden onderzocht. Niet om zo snel mogelijk een schuldige te vinden. Wel om te begrijpen waarom iemand op dat moment deed wat hij deed. Die benadering bracht Pont tijdens zijn presentatie terug tot een paar messcherpe lessen. Mensen maken fouten. Schuldigen aanwijzen lost weinig op. En misschien wel de sterkste: "Je leeft niet lang genoeg om alle fouten zelf te maken.”
Daarom moet een organisatie leren van wat anderen meemaken. Dat lukt alleen wanneer medewerkers ook daadwerkelijk durven melden. Als daar geen reactie op volgt, droogt die informatiebron snel op. "Als ik drie rapporten schrijf en ik krijg drie keer geen feedback, dan schrijf ik de vierde keer niet meer.”
De mens redt vaker de dag dan de data laten zien
Pont zette tegelijkertijd een vraagteken bij het bijna automatische geloof in technologie. Natuurlijk werken mens en techniek samen. Dat gebeurt in de luchtvaart al decennia. Maar met de snelle opkomst van artificiële intelligentie verandert er iets fundamenteels: wie draagt straks de verantwoordelijkheid wanneer systemen steeds autonomer worden?
"We zien technologie vaak als zaligmakend”, waarschuwde Pont. Piloten zitten daarbij soms in een merkwaardige Catch-22. Schakelen zij bij een incident de automatische piloot
uit, dan kan achteraf de vraag komen waarom ze dat deden. Laten ze hem aan staan en gaat het mis door de automatisering, dan luidt de vraag waarom ze niet hebben ingegrepen.
Daar komt nog iets bij. Menselijke fouten verschijnen keurig in de statistieken. De momenten waarop mensen door ervaring, intuïtie of snel handelen juist een incident voorkomen, zijn veel lastiger te tellen. "Als wij de dag redden en ervoor zorgen dat er géén ongeluk, near-miss of incident ontstaat, hebben we daar meestal geen data van.” Pont pleit er daarom voor die menselijke bijdrage veel beter te begrijpen "voordat we zomaar de toorts doorgeven aan de technologie”.
En misschien verklaart juist dat ook de aantrekkingskracht van een beurs als Safety&Health@Work. "There is no competition in safety”, zei Pont. Bedrijven kunnen elkaar commercieel naar het leven staan, maar veiligheidsprofessionals willen uiteindelijk hetzelfde: "Dat iedereen aan het einde van de dag veilig naar huis gaat.”
Een briljante robot waar niemand mee wil werken
Ook Arjan Walinga plaatste technologie niet op een voetstuk. Zijn voorbeeld: een robot die vloerleggers fysiek zwaar werk uit handen kan nemen. Op papier ideaal. In de praktijk minder. De machine bleek zwaar, lastig een trap op te krijgen en vloerleggers zagen er bovendien niet vanzelfsprekend de meerwaarde van in. Het probleem zit volgens Walinga vaak niet in het oorspronkelijke idee, maar in wat daarna gebeurt. "Mensen moeten worden meegenomen in de voordelen die het voor ze heeft. En laten we eerlijk zijn: ze hebben er ook wat over te zeggen, want het is hun werk.”
Sterker nog: de mensen die het werk dagelijks uitvoeren, weten dikwijls precies waarom een innovatie wel of niet gaat functioneren. Een apparaat dat op de tekentafel fantastisch oogt maar op de bouwplaats onhandelbaar blijkt, is simpelweg nog niet uitontwikkeld. Walinga zei het met een glimlach: "De galerij met mislukte goede voorbeelden is eindeloos. En er ligt stof op te verzamelen.”
Daar zit volgens hem een serieus innovatievraagstuk onder. Nederland is goed in prototypes en pilots, maar tussen een veelbelovend idee en een robuuste, onderhoudbare machine die bouwbedrijven daadwerkelijk durven inzetten, gaapt nog altijd een gat.
Toch ziet Walinga juist daar een directe relatie met het beursthema 'Groei door veiligheid’. Jonge werknemers vinden veilig werken steeds vanzelfsprekender. Ze willen hun werk goed doen, maar óók gezond thuiskomen. "Als je op termijn jonge mensen wilt blijven trekken, moet je daarin investeren. Anders ga je ze gewoon niet meer aantrekken.”
Bij Defensie moet je soms stoppen om door te kunnen
Dat veilig werken niet altijd betekent dat je risico’s volledig kunt uitsluiten, werd duidelijk bij Mohan Verstegen en kolonel Renzo Versteeg van Defensie. Hun presentatie droeg een veelzeggende titel: Gezondheid en Veiligheid bij Defensie; een verhaal van stoppen EN doorgaan.

Defensie heeft daarin een bijzondere positie. De organisatie moet Nederland weerbaar houden, maar tegelijkertijd ook haar eigen mensen. "Wij zorgen dat onze mensen inzetbaar zijn en hun werk goed kunnen doen, zodat ze zelf ook - even simpel gezegd - heel blijven”, zei Versteeg.
Dat vraagt om fysieke én sociale veiligheid, om leiderschap en om een cultuur waarin mensen risico’s herkennen en bespreekbaar maken. Maar ook om samenwerking buiten de eigen organisatie. Volgens Versteeg kijkt de samenleving steeds nadrukkelijker naar Defensie als het gaat om weerbaarheid. Omgekeerd kan Defensie veel leren van bedrijven en kennisinstellingen. Een rondje over de beurs leverde hem direct een praktisch voorbeeld op. Hitteletsel is voor militairen een serieus risico. Op de beurs trof hij een aanbieder van koelvesten. Gesprek begonnen, kennis uitgewisseld. "Dan krijgen zij nieuwe ideeën, krijgen wij nieuwe ideeën. Dat werkt gewoon supergoed.”
Van zelfredzaamheid naar samenredzaamheid
Samenwerking vormde ook de kern van het verhaal van Edith van der Reijden, directeur Risico- en Crisisbeheersing bij Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Wie denkt dat weerbaarheid vooral betekent dat iedereen zichzelf moet kunnen redden, loopt volgens haar inmiddels achter.
"Vroeger hadden we het altijd over zelfredzaamheid. Tegenwoordig hebben we het over samenredzaamheid. Want je kunt het niet alleen.”
Eerst voor jezelf zorgen, zeker. Maar daarna vooral om je heen kijken. Wat kan een buur, bedrijf, overheid of andere organisatie bijdragen? In haar eigen woorden, bewust eenvoudig gehouden: "Als de een brood heeft, de ander water en de ander eieren, dan heb je bijna een pannenkoek.” Die samenredzaamheid wordt belangrijker nu crises complexer, langduriger en minder voorspelbaar worden. Bedrijven moeten daarom niet alleen nadenken over incidentbestrijding, maar over continuïteit, afhankelijkheden en de vraag wie ze nodig hebben wanneer processen langdurig worden verstoord. Juist in Rotterdam-Rijnmond is dat geen theoretische discussie. Met een hoge concentratie logistieke, industriële en chemische bedrijven zijn organisaties sterk van elkaar afhankelijk.
Daarom ziet Van der Reijden ook waarde in een regionale vakbeurs. Niet alleen vanwege de producten op de stands, maar vooral omdat mensen elkaar er tegenkomen. "Je ziet dat mensen elkaar kennen en herkennen, maar ook gesprekken voeren die ze normaal nooit voeren. En dat maakt ons gewoon weer sterker in veiligheid.”
Daarmee was de rode draad van dag één van Safety&Health@Work eigenlijk verrassend eenvoudig. Veiligheid groeit niet vanzelf uit méér regels, méér techniek of nog een extra protocol. Het groeit wanneer mensen van elkaar leren, wanneer innovatie aansluit op de praktijk en wanneer organisaties elkaar weten te vinden voordat het misgaat.
Wil je meer horen? Registreer je gratis en bezoek morgen de beurs.







